Ik zie hem op een bankje in het park zitten. Het is een aantrekkelijke man, met een vriendelijk gezicht, schijnbaar van buitenlandse komaf. Kira, nieuwsgierig als ze is, benadert hem vrijmoedig.
"Mooie hond heb je!", zegt hij, wanneer ik naderbij kom.
"Dank u!", antwoord ik.
Als ik doorloop, met een glimlach om mijn mond, komt een meisje op een step mij tegemoet en zegt vrolijk:
"Goedenmiddag!"
Het voorzichtige zonnetje schroomt niet langer en breekt vol overtuiging door. Ik geniet van de warmte in mijn gezicht.
"Ga toch weg!" hoor ik de vrouw die mij tegemoet loopt, geïrriteerd roepen.
Ze heeft het niet tegen mij, maar tegen een hond die haar en haar hond achtervolgt.
Ik ken haar, heb haar al meerdere malen gesproken. Ze heeft een bijzondere geschiedenis, een geschiedenis die ons verbonden heeft.
"Heb je een meeloper?" vraag ik lachend.
"Ja", zegt ze. "En ik loop liever met jou mee!" voegt ze toe.
De vorige keer dat ik haar tegenkwam zei ze:
"Ik zat juist aan je te denken en nu weet ik dat het goed met je gaat!"
Geluk valt voor velen moeilijk te benoemen. Voor mij is het datgene wat vaak onzichtbaar, doch zeer voelbaar is. Het zit in ontelbare momenten, iedere dag opnieuw.
zondag 22 april 2012
vrijdag 2 maart 2012
Voor haar....
Tijdens het hardlopen laat ik mijn verdriet om haar de vrije loop. Zij is een van ons, de jongste, de benjamin van onze groep. Ik zag hen vorige week nog! Ik ben zo trots op hen. Ze zijn allemaal zo sterk, het zijn vechters voor het leven, strijders met oerkracht in liefde en hoop.
En nu dan dat telefoontje van een andere vriendin, over haar, over de uitslag.
"Foute boel!" zegt ze huilend.
Ik troost haar en til haar uit haar wanhoop. We moeten als groep sterk blijven, voor elkaar, voor haar. We moeten elkaar dragen wanneer nodig.
"Ik ben blij dat ik je gebeld heb", zegt ze even later.
"Natuurlijk, ik ben er altijd voor je", antwoord ik.
En nu loop ik mijn tranen er uit. Ook de veerkracht van een vlinder kent grenzen. Ik ben verbaasd over mijzelf, dat ik niet in angst en wanhoop schiet. Ik blijf de rust zelve, net als bij het ongeluk van laatst. Vroeger was ik toch heel anders! Het moeten de engelen wel zijn, die mij nu dragen.
Lieve Cher, ik wens zo dat jij een ieder mag gaan verbazen en nog heel lang mag leven.
En nu dan dat telefoontje van een andere vriendin, over haar, over de uitslag.
"Foute boel!" zegt ze huilend.
Ik troost haar en til haar uit haar wanhoop. We moeten als groep sterk blijven, voor elkaar, voor haar. We moeten elkaar dragen wanneer nodig.
"Ik ben blij dat ik je gebeld heb", zegt ze even later.
"Natuurlijk, ik ben er altijd voor je", antwoord ik.
En nu loop ik mijn tranen er uit. Ook de veerkracht van een vlinder kent grenzen. Ik ben verbaasd over mijzelf, dat ik niet in angst en wanhoop schiet. Ik blijf de rust zelve, net als bij het ongeluk van laatst. Vroeger was ik toch heel anders! Het moeten de engelen wel zijn, die mij nu dragen.
Lieve Cher, ik wens zo dat jij een ieder mag gaan verbazen en nog heel lang mag leven.
zondag 19 februari 2012
Nova Zembla
Het is een ijskoude ochtend, maar laat mij niet weerhouden om een rondje om het meer hard te lopen. Nimmer loop ik zonder mijn begeleiding; mijn hond en mijn muziek. Dit keer galmt "Nova Zembla" van Armin van Buuren mijn gehoorgang in. Als ik bij het meer ben aangekomen, verblindt de spiegeling van de zon in de watervlakte mij. Hier en daar zijn er nog ferme ijsplaten te zien. Ik waan mij werkelijk op de poolvlakte. Een meneer met oorwarmers spreekt mij aan.
"Helpt ie ook?" vraagt hij, wijzend op mijn belgische kameraad. Ik zie het hem zeggen. Horen die ik hem niet. Ik heb immers oordoppen in.
"Elke dag meneer!" denk ik, maar ik zwijg. Hij zou mij niet begrijpen. Zou ik hem moeten uitleggen dat mijn hond, mijn herder, mijn gids is, mij door zware tijden heeft getrokken en mij nog steeds helpt in moeilijke momenten. Zij leidt mij letterlijk en figuurlijk langs schijnbaar onbegaanbare paden. Nee, als ik dat allemaal moet gaan uitleggen, sta ik hier een stief kwartier. En ik wil door met mijn reis, mijn expeditie! Ik ren door en antwoord de meneer met de oorwarmers met een glimlach. Hij zal het er mee moeten doen.
Wat is de natuur in de vroege morgen toch prachtig! Het lijkt nog indrukwekkender dan anders; het imposante ijsmeer, de watervogels, het verstijfd riet. Ben ik dan toch op de poolvlakte beland?
"Helpt ie ook?" vraagt hij, wijzend op mijn belgische kameraad. Ik zie het hem zeggen. Horen die ik hem niet. Ik heb immers oordoppen in.
"Elke dag meneer!" denk ik, maar ik zwijg. Hij zou mij niet begrijpen. Zou ik hem moeten uitleggen dat mijn hond, mijn herder, mijn gids is, mij door zware tijden heeft getrokken en mij nog steeds helpt in moeilijke momenten. Zij leidt mij letterlijk en figuurlijk langs schijnbaar onbegaanbare paden. Nee, als ik dat allemaal moet gaan uitleggen, sta ik hier een stief kwartier. En ik wil door met mijn reis, mijn expeditie! Ik ren door en antwoord de meneer met de oorwarmers met een glimlach. Hij zal het er mee moeten doen.
Wat is de natuur in de vroege morgen toch prachtig! Het lijkt nog indrukwekkender dan anders; het imposante ijsmeer, de watervogels, het verstijfd riet. Ben ik dan toch op de poolvlakte beland?
zondag 5 februari 2012
Duizelingwekkend avontuur
Naast hem kan ik met een gerust hart dagdromen. Ineens word ik opgeschrikt door een vreemde beweging. Ik hoor Rots iets mompelen dat duidt op weinig goeds. Ik open mijn ogen en zie ons loodrecht op de linker vangrail af gaan. "Houd je vast!" zegt Rots, terwijl hij zijn rechterarm beschermend voor mij houdt. Ik weet niet waar ik mij aan vast moet houden, maar ik ben in ieder geval wel op de harde klap, die het ongetwijfeld gaat geven, voorbereid.
Het beeld herken ik. Ik heb dit wel eens gedroomd, maar toen opende ik mijn ogen voor de klap aan kwam. Nu heb ik mijn ogen al open. Ze te sluiten is zinloos. Ik zet mij schrap. Dan volgt de klap, minder hard dan verwacht. De auto spint in de rondte om vervolgens tegen de rechter vangrail tot stilstand te komen. Zon krijgt een paniekaanval. Ik weet haar rustig te krijgen.
Als Rots ziet dat het goed met ons is, stapt hij uit om de schade op te nemen. "Verder rijden is geen optie", zegt hij even later. We zitten bovendien muurvast in een berg sneeuw. Hij pakt zijn telefoon en sommeert Zon en mij uit de auto te gaan. Het lokt mij niet echt. Buiten vriest het meer dan 20 graden en achter de vangrail loopt het stijl naar beneden. We hebben echter geen keus. Buiten zie ik dat de auto behoorlijk aan barrels ligt. Zon belt haar vriend en ik bel Maan, mijn broer en een paar lieve vrienden. We zijn blauw van de kou als politie en sleepdienst arriveren.
Terwijl de auto wordt getakeld, bedenk ik mij dat ik geen moment angstig was. Het verbaast mij. Een echte held ben ik nooit geweest. Ik heb duizelingwekkende achtbanen altijd gemeden. Zon niet, die vindt zulke dingen prachtig. Nu het echt was, vond ze het allemaal minder.
Ik kende zoveel angsten, maar nu niet meer. Ik ben veranderd. Ik heb de dood al in de ogen gezien, wellicht komt het daardoor. Waar ik voorheen compleet in paniek zou zijn geschoten, blijf ik nu kalm en stil.
Wederom hebben mijn beschermengelen fantastisch werk verricht. Wederom ben ik hen eeuwig dankbaar. Hopelijk geraken ze mij niet moe!
Het beeld herken ik. Ik heb dit wel eens gedroomd, maar toen opende ik mijn ogen voor de klap aan kwam. Nu heb ik mijn ogen al open. Ze te sluiten is zinloos. Ik zet mij schrap. Dan volgt de klap, minder hard dan verwacht. De auto spint in de rondte om vervolgens tegen de rechter vangrail tot stilstand te komen. Zon krijgt een paniekaanval. Ik weet haar rustig te krijgen.
Als Rots ziet dat het goed met ons is, stapt hij uit om de schade op te nemen. "Verder rijden is geen optie", zegt hij even later. We zitten bovendien muurvast in een berg sneeuw. Hij pakt zijn telefoon en sommeert Zon en mij uit de auto te gaan. Het lokt mij niet echt. Buiten vriest het meer dan 20 graden en achter de vangrail loopt het stijl naar beneden. We hebben echter geen keus. Buiten zie ik dat de auto behoorlijk aan barrels ligt. Zon belt haar vriend en ik bel Maan, mijn broer en een paar lieve vrienden. We zijn blauw van de kou als politie en sleepdienst arriveren.
Terwijl de auto wordt getakeld, bedenk ik mij dat ik geen moment angstig was. Het verbaast mij. Een echte held ben ik nooit geweest. Ik heb duizelingwekkende achtbanen altijd gemeden. Zon niet, die vindt zulke dingen prachtig. Nu het echt was, vond ze het allemaal minder.
Ik kende zoveel angsten, maar nu niet meer. Ik ben veranderd. Ik heb de dood al in de ogen gezien, wellicht komt het daardoor. Waar ik voorheen compleet in paniek zou zijn geschoten, blijf ik nu kalm en stil.
Wederom hebben mijn beschermengelen fantastisch werk verricht. Wederom ben ik hen eeuwig dankbaar. Hopelijk geraken ze mij niet moe!
zondag 1 januari 2012
Goede voornemens
Ik heb mij voorgenomen om mij geen goede voornemens te maken. Het is vaak zinloos gebleken. Veeleer leidt het leven mij en volg ik het pad dat voor mij ligt. We zijn allen pelgrims, reizigers, waarbij de weg belangrijker is dan het doel. Het gaat niet om het halen van een bepaald papiertje of diploma, maar veel meer om de verwondering onderweg.
Hoe gek het ook moge klinken, maar de levenswijze, waarbij het moment bepaalt hoe verder te gaan, maakt het allemaal een stuk eenvoudiger. Het gaat zoals het loopt en het loopt zoals het gaat. Een zin die zo uit de mond van mijn groot idool Winnie de Pooh, het simpele beertje dat gewoon is, zou kunnen komen. De Tao van Pooh is ook mijn weg.
Ik heb immers mogen ervaren, dat in volledige overgave de mooiste wonderen aan het daglicht verschijnen, steeds weer opnieuw, vaak op het moment waar je het het minst verwacht.
Nee, geen goede voornemens voor mij, meer een opdracht. Als ik wat licht en blijheid op het levenspad mag doorgeven, is mijn missie geslaagd. Met zo oneindig veel lieve en inspirerende mensen om mij heen, moet het mij niet al te moeilijk afgaan en ben ik een zeer gezegend mens. Daar kan toch geen diploma of papiertje tegen op!
Hoe gek het ook moge klinken, maar de levenswijze, waarbij het moment bepaalt hoe verder te gaan, maakt het allemaal een stuk eenvoudiger. Het gaat zoals het loopt en het loopt zoals het gaat. Een zin die zo uit de mond van mijn groot idool Winnie de Pooh, het simpele beertje dat gewoon is, zou kunnen komen. De Tao van Pooh is ook mijn weg.
Ik heb immers mogen ervaren, dat in volledige overgave de mooiste wonderen aan het daglicht verschijnen, steeds weer opnieuw, vaak op het moment waar je het het minst verwacht.
Nee, geen goede voornemens voor mij, meer een opdracht. Als ik wat licht en blijheid op het levenspad mag doorgeven, is mijn missie geslaagd. Met zo oneindig veel lieve en inspirerende mensen om mij heen, moet het mij niet al te moeilijk afgaan en ben ik een zeer gezegend mens. Daar kan toch geen diploma of papiertje tegen op!
donderdag 24 november 2011
Onbewogen Rots
Als het leven even lastig is, zegt mijn Rots:
"Het is maar tijdelijk!"
Soms is dat geruststellend, soms ook niet.
Dan antwoord ik in een opstandig moment :
"Ja, het hele leven is tijdelijk!"
Het gaat hem niet voor de wind. De ene tegenslag na de andere. Van de ene baan naar de andere. Van een glanzende BMW naar een sleetse Alfa Romeo.
Als het tweedehandsje het onderweg dreigt te begeven en ik allerlei onheilspellende geluiden hoor, parkeert Rots hem in alle rust langs de kant van de weg. Nadat hij onder de motorkap heeft gekeken en voor mij onbegrijpelijke woorden mompelt, zegt hij:
"De motor draait in ieder geval nog gewoon!"
Het is Rots ten voeten uit. Hij is de eeuwige optimist. Hij blijft onder alle omstandigheden de rust zelve.
Daar waar ik ook wel eens de donkere kanten des levens zie, schijnt hij met zijn lichte kijk op het geheel.
Zelfs op het moment, waarop de chirurg mij de allerzwartste woorden toesprak en mij nauwelijks nog een sprankje hoop liet, zag ik geen verslagenheid bij hem. Even, slechts heel even, zag ik zijn gezicht vertrekken, om daarna zijn, mij zo vertrouwd, gezicht te tonen, nagenoeg onbewogen, zoals het een rots betaamt.
"Het risico van leven is, dat je ziek kunt worden", waren zijn nuchtere woorden.
In mijn momenten van wanhoop zei hij dat ik gewoon weer beter ging worden.
Rots maakt nagenoeg nergens een punt van, zelfs niet van mijn kanker.
Ik bewonder zijn levenshouding. Hij moet er mee geboren zijn. Het gaat hem zo gemakkelijk af.
Tegelijkertijd bewonder ik alle mensen die met kanker te maken kregen of krijgen. Dan realiseer ik mij dat ik een van hen ben.
spaarzame momenten
Als kind hield ik van verzamelen. Ik verzamelde van alles: sigarenbandjes (Maan en ik spoorden onze opa aan, om maar een sigaar op te steken, opdat de doos snel leeg zou zijn, zodat we het klapstuk konden incasseren: het grote bandje onderin de doos), lucifersmerken (de mooie plaatjes op de voorkant van de lucifersdoosjes), suikerzakjes, sleutelhangers, speldjes, knikkers en kauwgumplaatjes.
Enthousiast ging ik naar mijn buurmeisjes om te ruilen. De bedoeling was dat ik er op vooruit zou gaan. Dat was niet in alle gevallen zo. Ronduit zwak was ik als ik met mijn schoolvriendje ging ruilen. Dan liet mijn onderhandelingsdrift mij volledig in de steek.
Dat liefde week maakt, ondervond ik toen al. Om hem te bekoren, verruilde ik mijn mooiste plaatje voor eentje dat ik al had
De verzamelwoede is inmiddels bekoeld. Nu spaar ik enkel parels; de mooie momenten van de dag, de kleine, maar soms ook de grote wonderen. Daar kan ik mij als een kind telkenmale zo over verwonderen, steeds weer opnieuw.
De bijzondere ontmoeting met mijn vlinderzusje Sonja is ook zo'n pareltje dat ik koester; zo'n moment dat ik wil vasthouden en bewonderen.
Abonneren op:
Posts (Atom)


