donderdag 14 maart 2013
Waanzinnige wintergast
Elk jaar, wanneer de koude zijn intrede doet, heb ik een logee op zolder. Ik vind het prima. Mijn gast geeft weinig overlast en is een goedkope kostganger. Zodra de lente zich aandient en de temperatuur stijgt, verlaat hij mij weer. Alleen deze winter drijft hij mij tot waanzin. Ik vermoed zomaar dat het een andere gast is dan voorgaande jaren, of zijn geaardheid moet ineens wel erg veranderd zijn. Overdag houdt hij zich gedeisd, maar wanneer ik zelf mijn warm nestje induik, begint hij aan zijn luidruchtig nachtleven. Boven mij spelen zich wilde taferelen af. Verhaalde ik al eerder over mijn adhd kanarie, deze veldmuis moet een lotgenoot zijn, vermoed ik zo. Geknaag, gekras, gekrabbel, zenuwachtig gedribbel. Ik hoor zelfs iets rollen, een knikker of zoiets. Waar is hij in Godsnaam allemaal mee bezig? Ik zie ineens het beeld van een bowlende veldmuis voor mij, die dolblij "Strike!" roept. Het lachen vergaat mij snel. Hij houdt gewoon niet op. Elke nacht is het raak.
Mijn buurman zette vroeger vallen.
"Ik heb weer zo'n mormel te pakken!" riep hij geregeld. Dan hield hij het onfortuinlijk beestje, levenloos bungelend aan het staartje, als een trofee vast, tussen duim en wijsvinger. Inmiddels is mijn buurman overleden en worden er ook geen vallen meer gezet. De gedachte, dat zo'n weerloos schepseltje met het halsje tussen zo'n venijnige klem komt, verafschuwt mij zeer.
Aan mijn andere buurman vraag ik of hij een mildere methode weet, om iets aan de overlast te doen.
"Gifkorrels"! roept hij. "Dan drogen ze uit!"
Dat idee staat mij eveneens niet aan.
Ja, ik geef het onmiddellijk toe, ik ben weekhartig, kan nagenoeg geen luis doden. Een dier zien lijden, kan ik niet. Zelfs lastposten heb ik lief.
Ik weet dat ik straks van het lawaaischoppertje bevrijd ben, maar dit jaar laat de lente wel erg lang op zich wachten.Wat een dillema!
"Of je gebruikt een lijmplankje", probeert mijn buurman nog, als hij aan mijn gezicht ziet dat ik zijn voorstel niet echt toejuich.
"Een lijmplankje? Wat is dat nu weer?" vraag ik.
"Nou, daar plakken ze aan vast, om vervolgens nooit meer los te komen!" antwoordt hij.
Gadver! Nu lopen pas echt de rillingen over mijn rug. Ik zie in mijn gedachte een spartelend muisje een ware doodstrijd leveren. Nee, dat gaat 'm zeker niet worden!
"Nou, bedankt buurman", zeg ik dan maar uit beleefdheid.
Er is wel een vriendelijke methode, dat weet ik. Ooit had ik muisjes in mijn woonkamer. Toen het braak liggend land bij mij aan de overzijde bebouwd werd, vluchtten alle veldbewoners de omliggende woningen in. Zo ook bij mij. Ze vraten van mijn kamerplanten. Dat ging mij toen te ver. Ik zette een muisvriendelijke val, een doorschijnend plastic kooitje met een luikje. Achter dat luikje legde ik een stukje kaas. Als de muis gevangen was, kon je hem zijn vrijheid teruggeven. Zaak was dan wel dat je hem ver van je huis losliet, anders zou hij binnen de kortste keren weer terugkeren. Muizen schijnen een goed innerlijk kompas te hebben en blijkbaar voldoende geheugen, om te herinneren waar ze een goed kosthuis hadden. Elke ochtend keek ik verwachtingsvol in het kooitje, maar ik zag enkel mijn kamerplanten steeds meer aangevreten worden en als dank lagen er overal groene muizenkeutels. Ik probeerde nog Brie en Camembert, maar zonder resultaat. De methode werkte niet. Ik besloot toen maar om mijn kamerplanten de deur uit te doen. Dat hielp.
Nu dan nog maar even geduld hebben tot mijn drukke gast uit zichzelf verdwijnt? Of misschien zijn oordopjes een optie. Hopelijk stijgen de temperaturen snel, zodat mijn bloeddruk weer daalt.
dinsdag 5 maart 2013
Voor Cher
Ik heb de longen uit mijn lijf gerend,
heb gevloekt en gehuild.
De zon schijnt. De zonnebril valt niet op.
Mensen kijken mij vriendelijk aan,
alsof ze het weten, alsof ze het zien.
"Het is goed, Vlinder,
met mij gaat het goed", zegt ze,
met haar ontwapende lach.
Zo is Cher,
immer een troostend woord,
ook toen ze zelf zo ziek was
"Geniet nou maar!", zegt ze
Dat beloof ik haar,
het is het minste
dat ik voor haar kan doen
Carpe Diem
Rust zacht,
lieve Cher
donderdag 24 januari 2013
Pap
Steeds meer
van jou
gaan houden
Steeds beter
jou gaan
begrijpen
Steeds beter voelen
dat ik ook op jou lijk
evenveel als
op mam
Ik houd zielsveel
van jullie
allebei
De scherpte is minder
Meer in jezelf gekeerd
In stilte berust je,
maar je mist haar,
elke dag weer
Jouw vrolijkheid verdween
samen met haar
In klanken jouw liefde verwoord
De muziek die je schreef
voor mam
en op de piano speelde
voor mij
ontroerde mij diep
en raakte mijn ziel
donderdag 20 december 2012
In Memoriam
Mam
Niet alleen op een foto
of in de vorm van mijn hand
Niet alleen in herinneringen
die ik koester
Je leeft voort
in alles
wat ik doe
Je aanwezigheid
maakte
wie ik was
Je afwezigheid
maakt
wie ik ben
In mijn droom
omhels je mij
en ik voel
hoe intens
ik van je houd
"Dat een mens zo moet worden"
zei je
De wanhoop, de woede,
het verdriet
in jouw ogen te lezen
Het vechten,
maar al gauw
de berusting
Het waardig ondergaan
van jouw ziekte
tot aan de dood
De liefde en bewondering
voor jou
leven voort
in mij
Verdriet
om alles wat voorbij is
en niet meer komt
Verdriet om alles
wat ooit gewoon was
en niet meer is
Pijn
in hart en ziel
om het voorbij gegaan
om het voorbij gevlogen
Gat in mijn ziel
Het gemis
Mam
Mis je
elke dag opnieuw
Onverdraaglijk gemis
Nagenoeg onzichtbaar
Oneindig voelbaar
Niet alleen op een foto
of in de vorm van mijn hand
Niet alleen in herinneringen
die ik koester
Je leeft voort
in alles
wat ik doe
Je aanwezigheid
maakte
wie ik was
Je afwezigheid
maakt
wie ik ben
In mijn droom
omhels je mij
en ik voel
hoe intens
ik van je houd
"Dat een mens zo moet worden"
zei je
De wanhoop, de woede,
het verdriet
in jouw ogen te lezen
Het vechten,
maar al gauw
de berusting
Het waardig ondergaan
van jouw ziekte
tot aan de dood
De liefde en bewondering
voor jou
leven voort
in mij
Verdriet
om alles wat voorbij is
en niet meer komt
Verdriet om alles
wat ooit gewoon was
en niet meer is
Pijn
in hart en ziel
om het voorbij gegaan
om het voorbij gevlogen
Gat in mijn ziel
Het gemis
Mam
Mis je
elke dag opnieuw
Onverdraaglijk gemis
Nagenoeg onzichtbaar
Oneindig voelbaar
donderdag 6 december 2012
Donkere dagen
Op het bospad zie ik een groep vrouwen in een cirkel staan, met de ogen dicht. Een workshop Mindfullness vermoed ik zo. Misschien iets voor mij? Ik ben een dromer, altijd geweest, waarschijnlijk al dromend geboren. Mij veelvuldig niet bewust van het hier en nu. Tegelijkertijd zijn die dromen voor mij een grote bron van inspiratie. Dus nee, toch maar niet. Ik leef bewust genoeg, elke dag.
Ik ren de laatste tijd veel, ren mij naar het licht. De donkere dagen voor kerst zijn ieder jaar moeilijk voor mij. In deze tijd verloor ik mijn mamma, te jong, na een lang lijden. Ze overleed op kerstavond. Ik was blij dat ze uit de gevangenschap van haar lijf bevrijd was, maar mis haar nog elke dag. Het was ook de tijd waarin voor mij alles plotseling intens zwart werd. Het was in een witte wereld, waarin witte jassen mij woorden toespraken die niet voor mij bedoeld konden zijn. Niets bleek minder waar. Mijn Rots en ik gingen door het diepste donker. Het heeft ons alleen maar dichter tot elkaar gebracht. Het heeft mij veel moois gegeven. Het heeft zo moeten zijn.
Hoe dankbaar ben ik, dat het nu zo goed met mij gaat. Toch schrijnen de littekens op mijn ziel elke decembermaand opnieuw. Dan kan ik niet bevatten hoe ik alles zo goed heb kunnen doorstaan. Hoe is het in Godsnaam mogelijk geweest, dat ik die hel zo goed ben doorgekomen? Het antwoord is eenduidig, keer op keer. Ik ben gedragen door Gods liefde. Diezelfde God die in ons allen huist, die Liefde die ons allen bindt. Tot op de dag van vandaag beleef ik de intense verbondenheid, voel ik het onzichtbare, schijnbare niets. Maar ook het niets is iets. Iets heel moois. Vaak hoor ik dat ik een inspirerend mens ben. Ik kan mij er niets bij voorstellen, maar het is het mooiste geschenk wat een mens kan ontvangen. Zij die het mij zeggen, inspireren mij weer. Dat is het mooie ervan; geven is ontvangen. Zo werkt het.
Er is helaas nog veel zwartheid in de wereld, die kunnen we niet zomaar even wegpoetsen. Wat we wel kunnen is ons verbinden met het Licht, met de werkelijk liefde die universeel is, en onbaatzuchtig. Gebundelde liefde geeft ons immers een oneindige scheppende kracht.
zondag 11 november 2012
Botsende werelden
"We hebben bij u zo'n beetje alles uit de kast moeten halen", zegt ze, met mijn dossier voor haar neus.
De irritatie slaat onmiddellijk toe. Haar openingszin bevalt mij geenszins.
Waarom tutoyeert ze me niet? Dat heeft iedereen hier tot nu toe gedaan. Het gaf iets vertrouwds, iets van verbondenheid. Deze vrouw is nota bene een stuk ouder dan ik, althans, dat is mijn vermoeden als ik naar haar hoofd kijk. Misschien niet aardig van mij gedacht, maar zij roept het nu eenmaal bij mij op.
Ja, inderdaad, alles is uit de kast gehaald, dat weet ik. Moet zij daar nu weer over beginnen? Waarom ouwe koeien dreggen? Het heeft geen toegevoegde waarde. Bovendien ga ik er gemakshalve maar van uit dat de plank weer aangevuld wordt. Misschien neig ik naar lichtzinnigheid, maar bij zwaarmoedigheid is ook niemand gebaat.
"Voor mij is het alweer zo lang geleden", antwoord ik.
Ze kijkt met een bedenkelijk gezicht in het dossier.
"Zo lang geleden is het anders niet", pareert ze dan.
Haar beleving schuurt duidelijk met die van mij.
Dan begin ik over mijn medicatie, of ik al mag overgaan op een lichter medicijn.
De gynaecoloog, bij wie ik succesvol ontslagen ben, waarschuwde mij destijds voor langdurig gebruik van het middel. Het kan ook weer kanker veroorzaken.
Ze veegt het bezwaar lichtvoetig van tafel.
"Ach, dat zegt hij vanuit zijn vakgebied. De kans dat bij u de borstkanker terugkomt is vele malen groter dan de kans op baarmoederkanker", zegt ze. Haar toon lijkt steeds vinniger te worden.
Fijn dat ze het er nog even inwrijft. Ik mocht het eens vergeten! Wat wil dat mens? Wil ze mij willens en wetens een slecht gevoel bezorgen? Voor ik hier binnenstapte, voelde ik mij nog zo gezond als een vis. Nu begin ik mij al aardig beroerd te voelen. Ze maakt mij ziek met haar opmerkingen.
Ze doet mij weer patiënt voelen. Daar heb ik helemaal geen zin in! Ik zie mezelf nu als sterk en gezond, vol inspiratie drift. Iedereen die mij weer in het oude gevoel drukt, kan een mep krijgen.
Ze vraagt naar mijn werk. Ook daar moet ze kennelijk negatief over zijn.
"Is dat wel te doen in de huidige tijd?" vraagt ze.
Ja, dat is te doen, sterker nog, het is ontzettend leuk om te doen, niets mooiers dan je passie te volgen! Word je een heel blij mens van. Misschien een idee voor haar?
Ik denk het allemaal, maar houd het antwoord kort. Ik wil hier zo gauw mogelijk weg.
"Ik kan niets vinden", zegt ze, na het lichamelijk onderzoek. Ze lijkt bijna teleurgesteld.
Eindelijk mag ik gaan. Ik trek de deur achter mij dicht en verlaat haar wereld. Blij keer ik terug naar de mijne. Even later vergeef ik de verpleegkundige alles. Zij heeft geen benul hoe groot ons scheppend vermogen is. Ik geniet elke dag van de wereld die ik om mij heen gecreëerd heb, mijn fantastische wereld.
De irritatie slaat onmiddellijk toe. Haar openingszin bevalt mij geenszins.
Waarom tutoyeert ze me niet? Dat heeft iedereen hier tot nu toe gedaan. Het gaf iets vertrouwds, iets van verbondenheid. Deze vrouw is nota bene een stuk ouder dan ik, althans, dat is mijn vermoeden als ik naar haar hoofd kijk. Misschien niet aardig van mij gedacht, maar zij roept het nu eenmaal bij mij op.
Ja, inderdaad, alles is uit de kast gehaald, dat weet ik. Moet zij daar nu weer over beginnen? Waarom ouwe koeien dreggen? Het heeft geen toegevoegde waarde. Bovendien ga ik er gemakshalve maar van uit dat de plank weer aangevuld wordt. Misschien neig ik naar lichtzinnigheid, maar bij zwaarmoedigheid is ook niemand gebaat.
"Voor mij is het alweer zo lang geleden", antwoord ik.
Ze kijkt met een bedenkelijk gezicht in het dossier.
"Zo lang geleden is het anders niet", pareert ze dan.
Haar beleving schuurt duidelijk met die van mij.
Dan begin ik over mijn medicatie, of ik al mag overgaan op een lichter medicijn.
De gynaecoloog, bij wie ik succesvol ontslagen ben, waarschuwde mij destijds voor langdurig gebruik van het middel. Het kan ook weer kanker veroorzaken.
Ze veegt het bezwaar lichtvoetig van tafel.
"Ach, dat zegt hij vanuit zijn vakgebied. De kans dat bij u de borstkanker terugkomt is vele malen groter dan de kans op baarmoederkanker", zegt ze. Haar toon lijkt steeds vinniger te worden.
Fijn dat ze het er nog even inwrijft. Ik mocht het eens vergeten! Wat wil dat mens? Wil ze mij willens en wetens een slecht gevoel bezorgen? Voor ik hier binnenstapte, voelde ik mij nog zo gezond als een vis. Nu begin ik mij al aardig beroerd te voelen. Ze maakt mij ziek met haar opmerkingen.
Ze doet mij weer patiënt voelen. Daar heb ik helemaal geen zin in! Ik zie mezelf nu als sterk en gezond, vol inspiratie drift. Iedereen die mij weer in het oude gevoel drukt, kan een mep krijgen.
Ze vraagt naar mijn werk. Ook daar moet ze kennelijk negatief over zijn.
"Is dat wel te doen in de huidige tijd?" vraagt ze.
Ja, dat is te doen, sterker nog, het is ontzettend leuk om te doen, niets mooiers dan je passie te volgen! Word je een heel blij mens van. Misschien een idee voor haar?
Ik denk het allemaal, maar houd het antwoord kort. Ik wil hier zo gauw mogelijk weg.
"Ik kan niets vinden", zegt ze, na het lichamelijk onderzoek. Ze lijkt bijna teleurgesteld.
Eindelijk mag ik gaan. Ik trek de deur achter mij dicht en verlaat haar wereld. Blij keer ik terug naar de mijne. Even later vergeef ik de verpleegkundige alles. Zij heeft geen benul hoe groot ons scheppend vermogen is. Ik geniet elke dag van de wereld die ik om mij heen gecreëerd heb, mijn fantastische wereld.
zaterdag 3 november 2012
Vader gaat op stap
"Ziet u het zitten?" vraag ik op de terugweg.
"Ja, helemaal!" antwoordt hij.
Hij is er aan toe, hij is te kwetsbaar geworden, zoals hij zelf zegt.
"Mij mankeert niks, alleen de ouderdom", zegt hij.
Diezelfde ouderdom tast zijn geheugen aan, ook al is hij fysiek nog goed en gebruikt hij geen medicijnen.
Hij vergeet. Tegelijkertijd weet hij zichzelf zo goed te analyseren. Hij kent zijn status.
Het tijdperk van alleen wonen nadert zijn einde. Hij berust er in.
Het verzorgingstehuis kwam goed op hem en mij over. Niet troosteloos, waar ik bang voor was. Het ademde een warme sfeer uit en met zijn 89 bewoners gelukkig ook niet al te groot.
Maar mijn vadertje blijft onverbeterbaar.
Een lieve dame, met Belgisch accent, stelt mijn vader de vragen om de zorgindicatie te kunnen bepalen.
“Wat doet u zoal de hele dag?”, vraagt ze.
“Aan mooie vrouwen denken!” antwoordt mijn vader.
En op de vraag:
“Bent u wel eens gevallen?”
“Nou nee”, antwoordt mijn vader, “dat gebeurt niet zo gauw als man. Je hebt eerder gevallen vrouwen!”
En zo gaat hij maar door. De dame schiet helemaal uit haar rol.
Wat moet je nou met zo’n man?
Enfin, hij staat nu ingeschreven met indicatie 4, dat is best wel hoog. De grapjes van mijn vadertje van 88 ten spijt.
Abonneren op:
Posts (Atom)

.jpg)



