donderdag 24 januari 2013

Pap





Steeds meer
van jou
gaan houden

Steeds beter
jou gaan
begrijpen




Steeds beter voelen
dat ik ook op jou lijk
evenveel als
op mam

Ik houd zielsveel
van jullie
allebei

De scherpte is minder
Meer in jezelf gekeerd
In stilte berust je,
maar je mist haar,
elke dag weer
Jouw vrolijkheid verdween
samen met haar

In klanken jouw liefde verwoord
De muziek die je schreef
voor mam
en op de piano speelde 
voor mij
ontroerde mij diep
en raakte mijn ziel


donderdag 20 december 2012

In Memoriam

Mam



Niet alleen op een foto
of in de vorm van mijn hand
Niet alleen in herinneringen
die ik koester
Je leeft voort
in alles
wat ik doe
Je aanwezigheid
maakte
wie ik was
Je afwezigheid
maakt
wie ik ben

In mijn droom
omhels je mij
en ik voel
hoe intens
ik van je houd

"Dat een mens zo moet worden"
zei je
De wanhoop, de woede,
het verdriet 
in jouw ogen te lezen
Het vechten,
maar al gauw
de berusting
Het waardig ondergaan
van jouw ziekte
tot aan de dood
De liefde en bewondering
voor jou
leven voort 
in mij

Verdriet
om alles wat voorbij is
en niet meer komt
Verdriet om alles
wat ooit gewoon was
en niet meer is

Pijn
in hart en ziel
om het voorbij gegaan
om het voorbij gevlogen

Gat in mijn ziel
Het gemis

Mam
Mis je
elke dag opnieuw
Onverdraaglijk gemis
Nagenoeg onzichtbaar
Oneindig voelbaar

donderdag 6 december 2012

Donkere dagen




Op het bospad zie ik een groep vrouwen in een cirkel staan, met de ogen dicht. Een workshop Mindfullness vermoed ik zo. Misschien iets voor mij? Ik ben een dromer, altijd geweest, waarschijnlijk al dromend geboren. Mij veelvuldig niet bewust van het hier en nu. Tegelijkertijd zijn die dromen voor mij een grote bron van inspiratie. Dus nee, toch maar niet. Ik leef bewust genoeg, elke dag.  
Ik ren de laatste tijd veel, ren mij naar het licht. De donkere dagen voor kerst zijn ieder jaar moeilijk voor mij. In deze tijd verloor ik mijn mamma, te jong, na een lang lijden. Ze overleed op kerstavond. Ik was blij dat ze uit de gevangenschap van haar lijf bevrijd was, maar mis haar nog elke dag. Het was ook de tijd waarin voor mij alles plotseling intens zwart werd. Het was in een witte wereld, waarin witte jassen mij woorden toespraken die niet voor mij bedoeld konden zijn. Niets bleek minder waar. Mijn Rots en ik gingen door het diepste donker. Het heeft ons alleen maar dichter tot elkaar gebracht. Het heeft mij veel moois gegeven. Het heeft zo moeten zijn.
Hoe dankbaar ben ik, dat het nu zo goed met mij gaat. Toch schrijnen de littekens op mijn ziel elke decembermaand opnieuw. Dan kan ik niet bevatten hoe ik alles zo goed heb kunnen doorstaan. Hoe is het in Godsnaam mogelijk geweest, dat ik die hel zo goed ben doorgekomen? Het antwoord is eenduidig, keer op keer. Ik ben gedragen door Gods liefde. Diezelfde God die in ons allen huist, die Liefde die ons allen bindt. Tot op de dag van vandaag beleef ik de intense verbondenheid, voel ik het onzichtbare, schijnbare niets. Maar ook het niets is iets. Iets heel moois. Vaak hoor ik dat ik een inspirerend mens ben. Ik kan mij er niets bij voorstellen, maar het is het mooiste geschenk wat een mens kan ontvangen. Zij die het mij zeggen, inspireren mij weer. Dat is het mooie ervan; geven is ontvangen. Zo werkt het.
Er is helaas nog veel zwartheid in de wereld, die kunnen we niet zomaar even wegpoetsen. Wat we wel kunnen is ons verbinden met het Licht, met de werkelijk liefde die universeel is, en onbaatzuchtig.  Gebundelde liefde geeft ons immers een oneindige scheppende kracht.    

zondag 11 november 2012

Botsende werelden

"We hebben bij u zo'n beetje alles uit de kast moeten halen", zegt ze, met mijn dossier voor haar neus.
De irritatie slaat onmiddellijk toe. Haar openingszin bevalt mij geenszins.
Waarom tutoyeert ze me niet? Dat heeft iedereen hier tot nu toe gedaan. Het gaf iets vertrouwds, iets van verbondenheid. Deze vrouw is nota bene een stuk ouder dan ik, althans, dat is mijn vermoeden als ik naar haar hoofd kijk. Misschien niet aardig van mij gedacht, maar zij roept het nu eenmaal bij mij op.
Ja, inderdaad, alles is uit de kast gehaald, dat weet ik. Moet zij daar nu weer over beginnen? Waarom ouwe koeien dreggen? Het heeft geen toegevoegde waarde. Bovendien ga ik er gemakshalve maar van uit dat de plank weer aangevuld wordt. Misschien neig ik naar lichtzinnigheid, maar bij zwaarmoedigheid is ook niemand gebaat.
"Voor mij is het alweer zo lang geleden", antwoord ik.
Ze kijkt met een bedenkelijk gezicht in het dossier.
"Zo lang geleden is het anders niet", pareert ze dan.
Haar beleving schuurt duidelijk met die van mij.
Dan begin ik over mijn medicatie, of ik al mag overgaan op een lichter medicijn.
De gynaecoloog, bij wie ik succesvol ontslagen ben, waarschuwde mij destijds voor langdurig gebruik van het middel. Het kan ook weer kanker veroorzaken.
Ze veegt het bezwaar lichtvoetig van tafel.
"Ach, dat zegt hij vanuit zijn vakgebied. De kans dat bij u de borstkanker terugkomt is vele malen groter dan de kans op baarmoederkanker", zegt ze. Haar toon lijkt steeds vinniger te worden.
Fijn dat ze het er nog even inwrijft. Ik mocht het eens vergeten! Wat wil dat mens? Wil ze mij willens en wetens een slecht gevoel bezorgen? Voor ik hier binnenstapte, voelde ik mij nog zo gezond als een vis. Nu begin ik mij al aardig beroerd te voelen. Ze maakt mij ziek met haar opmerkingen.
Ze doet mij weer patiënt voelen. Daar heb ik helemaal geen zin in! Ik zie mezelf nu als sterk en gezond, vol inspiratie drift. Iedereen die mij weer in het oude gevoel drukt, kan een mep krijgen.
Ze vraagt naar mijn werk. Ook daar moet ze kennelijk negatief over zijn.
"Is dat wel te doen in de huidige tijd?" vraagt ze.
Ja, dat is te doen, sterker nog, het is ontzettend leuk om te doen, niets mooiers dan je passie te volgen! Word je een heel blij mens van. Misschien een idee voor haar?
Ik denk het allemaal, maar houd het antwoord kort. Ik wil hier zo gauw mogelijk weg.
"Ik kan niets vinden", zegt ze, na het lichamelijk onderzoek. Ze lijkt bijna teleurgesteld.
Eindelijk mag ik gaan. Ik trek de deur achter mij dicht en verlaat haar wereld. Blij keer ik terug naar de mijne. Even later vergeef ik de verpleegkundige alles. Zij heeft geen benul hoe groot ons scheppend vermogen is. Ik geniet elke dag van de wereld die ik om mij heen gecreëerd heb, mijn fantastische wereld. 



zaterdag 3 november 2012

Vader gaat op stap



"Ziet u het zitten?" vraag ik op de terugweg.
"Ja, helemaal!" antwoordt hij. 
Hij is er aan toe, hij is te kwetsbaar geworden, zoals hij zelf zegt.
"Mij mankeert niks, alleen de ouderdom", zegt hij. 
Diezelfde ouderdom tast zijn geheugen aan, ook al is hij fysiek nog goed en gebruikt hij geen medicijnen.
Hij vergeet. Tegelijkertijd weet hij zichzelf zo goed te analyseren. Hij kent zijn status.
Het tijdperk van alleen wonen nadert zijn einde. Hij berust er in.
Het verzorgingstehuis kwam goed op hem en mij over. Niet troosteloos, waar ik bang voor was. Het ademde een warme sfeer uit en met zijn 89 bewoners gelukkig ook niet al te groot.
Maar mijn vadertje blijft onverbeterbaar.
Een lieve dame, met Belgisch accent, stelt mijn vader de vragen om de zorgindicatie te kunnen bepalen.
“Wat doet u zoal de hele dag?”, vraagt ze.
“Aan mooie vrouwen denken!” antwoordt mijn vader.
En op de vraag:
“Bent u wel eens gevallen?”
“Nou nee”, antwoordt mijn vader, “dat gebeurt niet zo gauw als man. Je hebt eerder gevallen vrouwen!”
En zo gaat hij maar door. De dame schiet helemaal uit haar rol.
Wat moet je nou met zo’n man?
Enfin, hij staat nu ingeschreven met indicatie 4, dat is best wel hoog. De grapjes van mijn vadertje van 88 ten spijt.

zaterdag 20 oktober 2012

kinderlijke fantasie



Soms mis ik mijn oude vak, de kinderen van mijn klas. Zo'n moment heb ik, wanneer ik met mijn hond de brug in het park oversteek. Kira blijft bij drie kinderen, een jongetje en twee meisjes, op mij wachten. Zoals gewoonlijk loopt mijn snelle viervoeter op mij vooruit.
Het jongetje haalt Kira aan.
"Je moet eerst vragen of je hem wel mag aaien", zegt een van de meisjes op vermanende toon.
"Je hebt helemaal gelijk", zeg ik tegen het meisje, als ik de brug ben overgestoken.
"Maar jullie doen het helemaal goed. Jullie blijven heel rustig en doen niet wild, dan blijft zij ook kalm," zeg ik.
"We zijn anders wel heel druk in ons hoofd", zegt het jongetje.
"We denken namelijk dat er een lijk onder de brug ligt", vervolgt hij. Hij wijst naar het gele plastic.
"Fijn dat je dit met een vreemde deelt", zegt het ene meisje op sarcastische toon tegen hem.

Het kleeft aan mij; dat kinderen mij, zonder bedenkingen, in vertrouwen nemen. Toen ik leerkracht was, kwamen de kinderen van andere groepen altijd bij mij, om hun innerlijke roerselen te vertellen. Ze deelden het met mij en niet met hun eigen leerkracht. Ik heb er geen echte verklaring voor. Wellicht is het, omdat ik zelf voor een groot deel kind ben gebleven en kinderen zich in mij herkennen.

"Ik zal jullie geheim niet doorvertellen hoor", antwoord ik op geruststellende toon.
"We denken het niet suffie, we spelen het!", corrigeert het andere meisje hem dan. "Er ligt immers een fiets onder het zeil!"
Het jongetje is onverstoorbaar. Hij blijft bij zijn verhaal.
"Dat soort honden wordt toch gebruikt om te rennen?" vraagt hij dan, wijzend op mijn hond.
Ik vermoed dat hij het denkt, omdat Kira een erg slank exemplaar is, tegen het magere aan, en inderdaad heel hard kan rennen. Ze doet niet onder voor een windhond.
"Nou, ze worden meer gebruikt als politiehond of speurhond, om bijvoorbeeld slachtoffers van een ramp op te sporen", leg ik uit.
De jongen reageert onmiddellijk naar mijn metgezel.
"Zoek het lijk!", commandeert hij.
"Daar is ze niet op getraind", zeg ik lachend.
Hij kijkt beteuterd en antwoordt met een schamel "Oh"
"Kijken jullie niet teveel enge series?" vraag ik enigszins bezorgd.
"Welnee", antwoordt het ene meisje resoluut.
"Het is maar fantasie!"
Ik wens hen nog veel spannende avonturen. 
Glimlachend loop ik verder. Heerlijk, die kinderlijke onbevangenheid. Zalig, om zo in een spel op te kunnen gaan. Gelukkig ben ik het dromen nooit verleerd.
Mijn fantasie is groot gebleven. Het heeft mij altijd een intens gevoel van geluk geschonken. Want wat is immers mooier dan je eigen wereld te mogen scheppen? 

maandag 8 oktober 2012

Nieuwe wereld


In de vroege ochtend ontmoet ik haar. Het is alweer een poosje geleden dat ik haar zag.
"You look beautiful!" roept ze.
Ik geef haar onmiddellijk een zoen op iedere wang. Wie wil nu niet zo de dag beginnen? 
Het is Alicia, een jonge Russische vrouw, mooi van buiten, nog mooier van binnen. We treffen elkaar zo nu en dan met onze honden in het bos.  We spreken altijd in het engels met elkaar. Ze verstaat onze taal wel, maar kan zich er minder goed in uitdrukken.
Ze heeft overal ter wereld gewoond. Haar familie leeft ver van haar vandaan, maar woont dichtbij, in haar hart, zoals zij zelf zegt. 
Vorig jaar vertelde ik haar pas hoe ziek ik ben geweest. Ik heb het niet bewust voor haar geheim gehouden. Het was gewoon nooit ter sprake gekomen.
"You're changed!" zegt ze, nog steeds enthousiast.
"I'am so happy", antwoord ik.
Blijkbaar ben ik verder gegroeid, zonder dat ik het zelf door heb gehad. Het is de ander die ons de spiegel voorhoudt.
Het klopt. Ik leef in een andere wereld dan voorheen. Het is de wereld die bij mij hoort. Ik ben, wij zijn immers die wereld. En hoe meer een mens zichzelf vindt, hoe mooier die mens en zijn wereld wordt.