maandag 16 december 2013

Fonkeling




Zijn wereld wordt gestaag kleiner, het contact steeds minder. Zijn spreken gaat niet meer vanzelfsprekend. Het zoeken naar de juiste woorden kost hem duidelijk meer moeite.
Als Zon, Broer en ik de laatste bal in de boom hebben gehangen en de lichtjes aan gaan, loop ik naar hem toe en vraag: "Hoe vindt u hem geworden?"
"Prachtig!" antwoordt hij.
Hij heeft de hele tijd in zijn stoel gezeten en is veelvuldig in slaap gevallen. Alles lijkt langs hem heen te gaan, maar dit is slechts schijn. We bezien hem vanuit onze wereld, hij ervaart alles vanuit zijn wereld. 
Het zijn intense momenten geworden; de momenten met hem. Ik beleef ze met elke vezel van mijn lijf, zuig ze op tot op het bot.
Ik moet er moeite voor doen hem te bereiken, maar als ik in zijn ogen kijk, maak ik contact met zijn ziel; dan zie ik de fonkeling in zijn ogen.
"We gaan weer", zeg ik even later, pak hem vast, en geef hem drie dikke zoenen.
"Ach, gaan jullie alweer? Wat jammer! " antwoordt hij.
"Volgende week, met kerst, bent u gezellig bij ons", zeg ik.
"Oh, fijn", antwoordt hij.
Lang geleden, toen de ouderdom nog geen vat op hem had gekregen, was het contact zo gemakkelijk te maken, maar kon ik hem niet bereiken. En nu het zoveel moeizamer gaat, heb ik intens contact met hem. We vinden elkaar nu in de wereld die wij allen kennen, en die voor ons allen zo dichtbij is; de wereld van oprechte liefde.

vrijdag 13 september 2013

Onneembare vesting



Het is een misvatting dat wij ons, na nare ervaringen, moeten beschermen, door een middeleeuwse muur om ons heen te bouwen. Ongewenste individuen, die ons schade zouden kunnen berokkenen, blijven zo inderdaad buiten onze toegangspoort. Tegelijkertijd isoleren wij ons van hen die ons waarachtig liefhebben. We zijn zo voor iedereen onbereikbaar geworden. We verblijven dan in een zelf gekozen isoleercel. Prettig is het daar allerminst. Het geeft ons een gevoel van totale eenzaamheid, een desolaat gevoel waar een mens ziek wordt. We gaan er geloven in onze eigen hersenspinsels, gaan zien wat we willen zien, in onze vertekening en worden in ons wantrouwen keer op keer bevestigd. 
Ik weet hoe het er was. Ik denk velen van ons. Hoe eenzaam was ik als kind, in mijn cel van de nachtmerrie. Gelukkig had ik een vluchtweg uit deze zwartheid. Het was de fantasie, dat mij bracht naar de wereld van mijn dromen, naar de wereld waar ik veilig en gelukkig kon zijn. Maar telkenmale moest ik weer terugkeren naar mijn inktzwart verblijf. 
Nu, als volwassene, schep ik nog steeds mijn eigen wereld. De onbegrensde fantasie reist nog elke dag met mij mee. Dat is onveranderd gebleven. Maar hoe anders sta ik nu in het leven, dan het eenzaam kind van toen. Het verschil is, dat ik, via inzicht, de sleutel vond, om mijzelf te bevrijden uit het isolement. De fout die ik daarbij maakte, was dat ik de poort, die toegang gaf tot mijn hart, wagenwijd openstelde. Iets wat ik van nature als kind ook al had gedaan. Zodoende verkoos ik in mijn kinderjaren het verblijf in de onneembare vesting. 
Die fout leverde opnieuw pijn op. Terugkeren naar de zwarte wereld was geen optie. Ik moest leren mij te verbinden aan hen met een zuiver hart, aan hen die op een gezonde wijze in het leven staan. Alleen door die verbinding kunnen wij echt gelukkig zijn. 
Het is goed om jezelf te beschermen tegen hen die onzuivere energie met zich meedragen, maar een veerkrachtige verdediging is daarvoor afdoende, geen bikkelharde muur waar alles tegen afketst. En als we er dan op toezien dat wij alleen hen toelaten, die gezond van hart en geest zijn, moet het goed komen.
Er is hoop voor de gesloten harten, voor hen die de sleutel tot de bevrijding van hun hart nog niet hebben gevonden. Alleen een geopend hart maakt blij en kan zich verbinden met andere. 
Opgesloten blijven in donkerte maakt niet gelukkig. Een mens kan alleen blij zijn in het Licht der Liefde, daar waar harten zich verbinden. Het is de enige weg naar liefde, geluk en vrijheid.     

dinsdag 13 augustus 2013

Sleetse knuffels




Op brocantemarkten trekt oud speelgoed altijd mijn aandacht. En dan vooral de oude knuffels; oude beren, hondjes, lammetjes. Hoe sleetser, hoe aandoenlijker ik ze vind. Immers, hoe kaler ze zijn, hoe meer liefde ze hebben gekend. Ze voeren mij naar mijn geliefde wereld van de kinderlijke fantasie.
Mijn eerste beer ging overal met mij naar toe. Het was geen gewone beer, maar, eigenzinnig als ik was, een bijzondere. Het was een koalabeer, met zo’n platte neus,  die ik zelf  voor mijn verjaardag had uitgezocht. Zijn oren en rug waren rood, zijn buik wit. Een echte naam had ik hem niet gegeven. Hij was gewoon Koala. Dat was genoeg.
Overdag was hij mijn geliefde vriend, die samen met mij vele avonturen beleefde. Als ik ging slapen, kwam hij, moe, maar intens gelukkig, dicht tegen mijn wang aan liggen. 
Door het zonlicht vervaalde het diepe rood van zijn rug en oren , en raakte het helder wit van zijn buik vergeeld.  Het vuil, dat in de loop der jaren aan hem verkleefde, bezorgde Koala een nogal ongezonde grauwe kleur. Het kon mij niet deren. Ik hield van mijn vriend zoals hij was, en hij van mij.
De staat waarin Koala op een gegeven moment verkeerde, was echter zorgwekkend te noemen. Zijn hoofd kwam los te zitten, door al mijn intens geknuffel.  Koala knikte op een dag alleen nog maar een instemmend ja, of schudde een heftig nee, al naar gelang de stemming.
Ook raakte hij, tot overmaat van ellende, flink verwond. Het stiksel, dat dwars over het midden van zijn bollig buikje liep, liet los en de vulling, een soort stro, vermengd met rijst, kwam geregeld met kleine beetjes naar buiten. Mijn moeder deed nog een verwoede poging om met naald en draad de schade te beperken, met als gevolg een vervaarlijk uitziend litteken. Het was en bleef mijn vriend, gehavend of niet. De primitieve lapmiddelen werkten helaas maar tijdelijk. Koala veranderde van een blij beertje in een mistroostig scharminkel. Zijn blik werd steeds droeviger, leek zelfs smekend, alsof hij uit zijn lijden verlost wilde worden.
De fysieke gesteldheid van Koala werd meer dan erbarmelijk, maar ik kon geen afstand van hem doen. Hoe sleetser, valer en triester hij eruit kwam te zien, hoe meer ik van hem ging houden. Maar het lot was onafwendbaar. Er was geen redden meer aan. Op een dag gaf ik Koala een knuffel te veel. Zijn hoofd liet los. Koala was, na lang en dapper volhouden, uiteindelijk toch overleden.
Ik moest afscheid nemen van de beer die mij zoveel trouwe diensten had bewezen. De liefdevolle kameraad, die altijd naar mijn verhalen had geluisterd, vol begrip en geduld. Die vriend die er altijd voor mij was, die alles met mij deelde; mijn blije, verdrietige en eenzame momenten.
Van zijn opvolgers kan ik mij niet veel herinneren. Waarschijnlijk hebben ze niet  kunnen tippen aan mijn allereerste grote liefde, mijn Koala. De beer die mij trouw overal volgde, die mij in al mijn verhalen en dromen vergezelde.
Inmiddels heb ik in mijn huis diverse oude knuffels.  Zij houden, samen met mij, de gedachte aan Koala in ere.


Een knuffelgroet van Vlinder

vrijdag 12 juli 2013

Hoorbare stilte



Nog even, en ik mag er weer zijn. Elk jaar zie ik ernaar uit. Op het Franse platteland ervaar ik de rust en ruimte die wij hier nagenoeg zijn verloren. Tijd heeft er stil gestaan. Mensen kennen hier geen haast.
Het landschap, waar de horizon nog in de verte zichtbaar is, maakt ieder jaar op mij een overweldigende indruk.
De rustgevende geluiden, van een loeiende koe, een blaffende hond op een boerenerf ver weg, een kukelend haantje, het tjirpen van de krekels, brengen mij naar mijn droomwereld, mijn eerste kinderjaren, die vrij van zorgen waren.
Al mijn zintuigen zijn betrokken bij deze, nog ongeschonden, natuur. Ik ruik de zuivere lucht, zie de schoonheid van het ongerepte, hoor de stilte, voel de energie die dit alles uitademt. Zo wandelend door het landschap ervaar ik de grootse kracht van het leven zelf. Het brengt mij dicht bij de stilte in mijzelf, de plek waar ik gelukkig ben en niets er meer toe lijkt te doen. Ik voel het kloppen van mijn hart, mijn ademhaling gaan en mijn ziel vrede spreken. Die ziel die alleen maar liefde kan uitstralen bij deze overweldigende schoonheid. Hier, zo alleen, maar zo verbonden met de natuur, kan ik zielsgelukkig zijn. Hier wordt het zwart gefilterd uit mijn bestaan, door de heldere kleuren van de ochtendzon. Hier ken ik geen donkere nachten meer. In deze lichtheid wil ik gaan. Hier, waar mijn adem niet stokt, mijn gevoel vrij kan gaan.
Dan weet ik weer waar het om gaat. Dat alleen woorden uit hart en ziel, waarin bij een ieder de Goddelijke liefde schuilt, de ware woorden zijn.
Zo leerde ik dat de weg die je bewandelt, veel belangrijker is dan het doel. Als je je gestelde doel niet bereikt, wacht enkel de teleurstelling. Je moet leven naar je eigen waarheid en je authentieke zelf zijn. Niet leven naar de verwachtingen van een ander en je niets aantrekken van wat een ander ervan vindt. Leven naar je eigen geluk.
Soms lijkt dat zo gemakkelijk, maar soms ook niet. En als het mij dan even niet lukt, keer ik terug naar hier en dan weet ik het weer.

donderdag 14 maart 2013

Waanzinnige wintergast


Elk jaar, wanneer de koude zijn intrede doet, heb ik een logee op zolder. Ik vind het prima. Mijn gast geeft weinig overlast en is een goedkope kostganger. Zodra de lente zich aandient en de temperatuur stijgt, verlaat hij mij weer. Alleen deze winter drijft hij mij tot waanzin. Ik vermoed zomaar dat het een andere gast is dan voorgaande jaren, of zijn geaardheid moet ineens wel erg veranderd zijn. Overdag houdt hij zich gedeisd, maar wanneer ik zelf mijn warm nestje induik, begint hij aan zijn luidruchtig nachtleven. Boven mij spelen zich wilde taferelen af. Verhaalde ik al eerder over mijn adhd kanarie, deze veldmuis moet een lotgenoot zijn, vermoed ik zo. Geknaag, gekras, gekrabbel, zenuwachtig gedribbel. Ik hoor zelfs iets rollen, een knikker of zoiets. Waar is hij in Godsnaam allemaal mee bezig? Ik zie ineens het beeld van een bowlende veldmuis voor mij, die dolblij "Strike!" roept. Het lachen vergaat mij snel. Hij houdt gewoon niet op. Elke nacht is het raak.
Mijn buurman zette vroeger vallen.
"Ik heb weer zo'n mormel te pakken!" riep hij geregeld. Dan hield hij het onfortuinlijk beestje, levenloos bungelend aan het staartje, als een trofee vast, tussen duim en wijsvinger. Inmiddels is mijn buurman overleden en worden er ook geen vallen meer gezet. De gedachte, dat zo'n weerloos schepseltje met het halsje tussen zo'n venijnige klem komt, verafschuwt mij zeer.
Aan mijn andere buurman vraag ik of hij een mildere methode weet, om iets aan de overlast te doen.
"Gifkorrels"! roept hij. "Dan drogen ze uit!"
Dat idee staat mij eveneens niet aan.
Ja, ik geef het onmiddellijk toe, ik ben weekhartig, kan nagenoeg geen luis doden. Een dier zien lijden, kan ik niet. Zelfs lastposten heb ik lief.
Ik weet dat ik straks van het lawaaischoppertje bevrijd ben, maar dit jaar laat de lente wel erg lang op zich wachten.Wat een dillema!
"Of je gebruikt een lijmplankje", probeert mijn buurman nog, als hij aan mijn gezicht ziet dat ik zijn voorstel niet echt toejuich.
"Een lijmplankje? Wat is dat nu weer?" vraag ik.
"Nou, daar plakken ze aan vast, om vervolgens nooit meer los te komen!" antwoordt hij.
Gadver! Nu lopen pas echt de rillingen over mijn rug. Ik zie in mijn gedachte een spartelend muisje een ware doodstrijd leveren. Nee, dat gaat 'm zeker niet worden!
"Nou, bedankt buurman", zeg ik dan maar uit beleefdheid.
Er is wel een vriendelijke methode, dat weet ik. Ooit had ik  muisjes in mijn woonkamer. Toen het  braak liggend land bij mij aan de overzijde bebouwd werd, vluchtten alle veldbewoners de omliggende woningen in. Zo ook bij mij. Ze vraten van mijn kamerplanten. Dat ging mij toen te ver. Ik zette een muisvriendelijke val, een doorschijnend plastic kooitje met een luikje. Achter dat luikje legde ik een stukje kaas. Als de muis gevangen was, kon je hem zijn vrijheid teruggeven. Zaak was dan wel dat je hem ver van je huis losliet, anders zou hij binnen de kortste keren weer terugkeren. Muizen schijnen een goed innerlijk kompas te hebben en blijkbaar voldoende geheugen, om te herinneren waar ze een goed kosthuis hadden. Elke ochtend keek ik verwachtingsvol in het kooitje, maar ik zag enkel mijn kamerplanten steeds meer aangevreten worden en als dank lagen er overal groene muizenkeutels. Ik probeerde nog Brie en Camembert, maar zonder resultaat. De methode werkte niet. Ik besloot toen maar om mijn kamerplanten de deur uit te doen. Dat hielp. 
Nu dan nog maar even geduld hebben tot mijn drukke gast uit zichzelf verdwijnt? Of misschien zijn oordopjes een optie. Hopelijk stijgen de temperaturen snel, zodat mijn bloeddruk weer daalt. 

dinsdag 5 maart 2013

Voor Cher





Ik heb de longen uit mijn lijf gerend,
heb gevloekt en gehuild.
De zon schijnt. De zonnebril valt niet op. 
Mensen kijken mij vriendelijk aan,
alsof ze het weten, alsof ze het zien. 
"Het is goed, Vlinder,
met mij gaat het goed", zegt ze,
met haar ontwapende lach.
Zo is Cher,
immer een troostend woord,
ook toen ze zelf zo ziek was
"Geniet nou maar!", zegt ze
Dat beloof ik haar,
het is het minste
dat ik voor haar kan doen
Carpe Diem
Rust zacht,
lieve Cher 

donderdag 24 januari 2013

Pap





Steeds meer
van jou
gaan houden

Steeds beter
jou gaan
begrijpen




Steeds beter voelen
dat ik ook op jou lijk
evenveel als
op mam

Ik houd zielsveel
van jullie
allebei

De scherpte is minder
Meer in jezelf gekeerd
In stilte berust je,
maar je mist haar,
elke dag weer
Jouw vrolijkheid verdween
samen met haar

In klanken jouw liefde verwoord
De muziek die je schreef
voor mam
en op de piano speelde 
voor mij
ontroerde mij diep
en raakte mijn ziel


donderdag 20 december 2012

In Memoriam

Mam



Niet alleen op een foto
of in de vorm van mijn hand
Niet alleen in herinneringen
die ik koester
Je leeft voort
in alles
wat ik doe
Je aanwezigheid
maakte
wie ik was
Je afwezigheid
maakt
wie ik ben

In mijn droom
omhels je mij
en ik voel
hoe intens
ik van je houd

"Dat een mens zo moet worden"
zei je
De wanhoop, de woede,
het verdriet 
in jouw ogen te lezen
Het vechten,
maar al gauw
de berusting
Het waardig ondergaan
van jouw ziekte
tot aan de dood
De liefde en bewondering
voor jou
leven voort 
in mij

Verdriet
om alles wat voorbij is
en niet meer komt
Verdriet om alles
wat ooit gewoon was
en niet meer is

Pijn
in hart en ziel
om het voorbij gegaan
om het voorbij gevlogen

Gat in mijn ziel
Het gemis

Mam
Mis je
elke dag opnieuw
Onverdraaglijk gemis
Nagenoeg onzichtbaar
Oneindig voelbaar

donderdag 6 december 2012

Donkere dagen




Op het bospad zie ik een groep vrouwen in een cirkel staan, met de ogen dicht. Een workshop Mindfullness vermoed ik zo. Misschien iets voor mij? Ik ben een dromer, altijd geweest, waarschijnlijk al dromend geboren. Mij veelvuldig niet bewust van het hier en nu. Tegelijkertijd zijn die dromen voor mij een grote bron van inspiratie. Dus nee, toch maar niet. Ik leef bewust genoeg, elke dag.  
Ik ren de laatste tijd veel, ren mij naar het licht. De donkere dagen voor kerst zijn ieder jaar moeilijk voor mij. In deze tijd verloor ik mijn mamma, te jong, na een lang lijden. Ze overleed op kerstavond. Ik was blij dat ze uit de gevangenschap van haar lijf bevrijd was, maar mis haar nog elke dag. Het was ook de tijd waarin voor mij alles plotseling intens zwart werd. Het was in een witte wereld, waarin witte jassen mij woorden toespraken die niet voor mij bedoeld konden zijn. Niets bleek minder waar. Mijn Rots en ik gingen door het diepste donker. Het heeft ons alleen maar dichter tot elkaar gebracht. Het heeft mij veel moois gegeven. Het heeft zo moeten zijn.
Hoe dankbaar ben ik, dat het nu zo goed met mij gaat. Toch schrijnen de littekens op mijn ziel elke decembermaand opnieuw. Dan kan ik niet bevatten hoe ik alles zo goed heb kunnen doorstaan. Hoe is het in Godsnaam mogelijk geweest, dat ik die hel zo goed ben doorgekomen? Het antwoord is eenduidig, keer op keer. Ik ben gedragen door Gods liefde. Diezelfde God die in ons allen huist, die Liefde die ons allen bindt. Tot op de dag van vandaag beleef ik de intense verbondenheid, voel ik het onzichtbare, schijnbare niets. Maar ook het niets is iets. Iets heel moois. Vaak hoor ik dat ik een inspirerend mens ben. Ik kan mij er niets bij voorstellen, maar het is het mooiste geschenk wat een mens kan ontvangen. Zij die het mij zeggen, inspireren mij weer. Dat is het mooie ervan; geven is ontvangen. Zo werkt het.
Er is helaas nog veel zwartheid in de wereld, die kunnen we niet zomaar even wegpoetsen. Wat we wel kunnen is ons verbinden met het Licht, met de werkelijk liefde die universeel is, en onbaatzuchtig.  Gebundelde liefde geeft ons immers een oneindige scheppende kracht.    

zondag 11 november 2012

Botsende werelden

"We hebben bij u zo'n beetje alles uit de kast moeten halen", zegt ze, met mijn dossier voor haar neus.
De irritatie slaat onmiddellijk toe. Haar openingszin bevalt mij geenszins.
Waarom tutoyeert ze me niet? Dat heeft iedereen hier tot nu toe gedaan. Het gaf iets vertrouwds, iets van verbondenheid. Deze vrouw is nota bene een stuk ouder dan ik, althans, dat is mijn vermoeden als ik naar haar hoofd kijk. Misschien niet aardig van mij gedacht, maar zij roept het nu eenmaal bij mij op.
Ja, inderdaad, alles is uit de kast gehaald, dat weet ik. Moet zij daar nu weer over beginnen? Waarom ouwe koeien dreggen? Het heeft geen toegevoegde waarde. Bovendien ga ik er gemakshalve maar van uit dat de plank weer aangevuld wordt. Misschien neig ik naar lichtzinnigheid, maar bij zwaarmoedigheid is ook niemand gebaat.
"Voor mij is het alweer zo lang geleden", antwoord ik.
Ze kijkt met een bedenkelijk gezicht in het dossier.
"Zo lang geleden is het anders niet", pareert ze dan.
Haar beleving schuurt duidelijk met die van mij.
Dan begin ik over mijn medicatie, of ik al mag overgaan op een lichter medicijn.
De gynaecoloog, bij wie ik succesvol ontslagen ben, waarschuwde mij destijds voor langdurig gebruik van het middel. Het kan ook weer kanker veroorzaken.
Ze veegt het bezwaar lichtvoetig van tafel.
"Ach, dat zegt hij vanuit zijn vakgebied. De kans dat bij u de borstkanker terugkomt is vele malen groter dan de kans op baarmoederkanker", zegt ze. Haar toon lijkt steeds vinniger te worden.
Fijn dat ze het er nog even inwrijft. Ik mocht het eens vergeten! Wat wil dat mens? Wil ze mij willens en wetens een slecht gevoel bezorgen? Voor ik hier binnenstapte, voelde ik mij nog zo gezond als een vis. Nu begin ik mij al aardig beroerd te voelen. Ze maakt mij ziek met haar opmerkingen.
Ze doet mij weer patiënt voelen. Daar heb ik helemaal geen zin in! Ik zie mezelf nu als sterk en gezond, vol inspiratie drift. Iedereen die mij weer in het oude gevoel drukt, kan een mep krijgen.
Ze vraagt naar mijn werk. Ook daar moet ze kennelijk negatief over zijn.
"Is dat wel te doen in de huidige tijd?" vraagt ze.
Ja, dat is te doen, sterker nog, het is ontzettend leuk om te doen, niets mooiers dan je passie te volgen! Word je een heel blij mens van. Misschien een idee voor haar?
Ik denk het allemaal, maar houd het antwoord kort. Ik wil hier zo gauw mogelijk weg.
"Ik kan niets vinden", zegt ze, na het lichamelijk onderzoek. Ze lijkt bijna teleurgesteld.
Eindelijk mag ik gaan. Ik trek de deur achter mij dicht en verlaat haar wereld. Blij keer ik terug naar de mijne. Even later vergeef ik de verpleegkundige alles. Zij heeft geen benul hoe groot ons scheppend vermogen is. Ik geniet elke dag van de wereld die ik om mij heen gecreëerd heb, mijn fantastische wereld. 



zaterdag 3 november 2012

Vader gaat op stap



"Ziet u het zitten?" vraag ik op de terugweg.
"Ja, helemaal!" antwoordt hij. 
Hij is er aan toe, hij is te kwetsbaar geworden, zoals hij zelf zegt.
"Mij mankeert niks, alleen de ouderdom", zegt hij. 
Diezelfde ouderdom tast zijn geheugen aan, ook al is hij fysiek nog goed en gebruikt hij geen medicijnen.
Hij vergeet. Tegelijkertijd weet hij zichzelf zo goed te analyseren. Hij kent zijn status.
Het tijdperk van alleen wonen nadert zijn einde. Hij berust er in.
Het verzorgingstehuis kwam goed op hem en mij over. Niet troosteloos, waar ik bang voor was. Het ademde een warme sfeer uit en met zijn 89 bewoners gelukkig ook niet al te groot.
Maar mijn vadertje blijft onverbeterbaar.
Een lieve dame, met Belgisch accent, stelt mijn vader de vragen om de zorgindicatie te kunnen bepalen.
“Wat doet u zoal de hele dag?”, vraagt ze.
“Aan mooie vrouwen denken!” antwoordt mijn vader.
En op de vraag:
“Bent u wel eens gevallen?”
“Nou nee”, antwoordt mijn vader, “dat gebeurt niet zo gauw als man. Je hebt eerder gevallen vrouwen!”
En zo gaat hij maar door. De dame schiet helemaal uit haar rol.
Wat moet je nou met zo’n man?
Enfin, hij staat nu ingeschreven met indicatie 4, dat is best wel hoog. De grapjes van mijn vadertje van 88 ten spijt.

zaterdag 20 oktober 2012

kinderlijke fantasie



Soms mis ik mijn oude vak, de kinderen van mijn klas. Zo'n moment heb ik, wanneer ik met mijn hond de brug in het park oversteek. Kira blijft bij drie kinderen, een jongetje en twee meisjes, op mij wachten. Zoals gewoonlijk loopt mijn snelle viervoeter op mij vooruit.
Het jongetje haalt Kira aan.
"Je moet eerst vragen of je hem wel mag aaien", zegt een van de meisjes op vermanende toon.
"Je hebt helemaal gelijk", zeg ik tegen het meisje, als ik de brug ben overgestoken.
"Maar jullie doen het helemaal goed. Jullie blijven heel rustig en doen niet wild, dan blijft zij ook kalm," zeg ik.
"We zijn anders wel heel druk in ons hoofd", zegt het jongetje.
"We denken namelijk dat er een lijk onder de brug ligt", vervolgt hij. Hij wijst naar het gele plastic.
"Fijn dat je dit met een vreemde deelt", zegt het ene meisje op sarcastische toon tegen hem.

Het kleeft aan mij; dat kinderen mij, zonder bedenkingen, in vertrouwen nemen. Toen ik leerkracht was, kwamen de kinderen van andere groepen altijd bij mij, om hun innerlijke roerselen te vertellen. Ze deelden het met mij en niet met hun eigen leerkracht. Ik heb er geen echte verklaring voor. Wellicht is het, omdat ik zelf voor een groot deel kind ben gebleven en kinderen zich in mij herkennen.

"Ik zal jullie geheim niet doorvertellen hoor", antwoord ik op geruststellende toon.
"We denken het niet suffie, we spelen het!", corrigeert het andere meisje hem dan. "Er ligt immers een fiets onder het zeil!"
Het jongetje is onverstoorbaar. Hij blijft bij zijn verhaal.
"Dat soort honden wordt toch gebruikt om te rennen?" vraagt hij dan, wijzend op mijn hond.
Ik vermoed dat hij het denkt, omdat Kira een erg slank exemplaar is, tegen het magere aan, en inderdaad heel hard kan rennen. Ze doet niet onder voor een windhond.
"Nou, ze worden meer gebruikt als politiehond of speurhond, om bijvoorbeeld slachtoffers van een ramp op te sporen", leg ik uit.
De jongen reageert onmiddellijk naar mijn metgezel.
"Zoek het lijk!", commandeert hij.
"Daar is ze niet op getraind", zeg ik lachend.
Hij kijkt beteuterd en antwoordt met een schamel "Oh"
"Kijken jullie niet teveel enge series?" vraag ik enigszins bezorgd.
"Welnee", antwoordt het ene meisje resoluut.
"Het is maar fantasie!"
Ik wens hen nog veel spannende avonturen. 
Glimlachend loop ik verder. Heerlijk, die kinderlijke onbevangenheid. Zalig, om zo in een spel op te kunnen gaan. Gelukkig ben ik het dromen nooit verleerd.
Mijn fantasie is groot gebleven. Het heeft mij altijd een intens gevoel van geluk geschonken. Want wat is immers mooier dan je eigen wereld te mogen scheppen? 

maandag 8 oktober 2012

Nieuwe wereld


In de vroege ochtend ontmoet ik haar. Het is alweer een poosje geleden dat ik haar zag.
"You look beautiful!" roept ze.
Ik geef haar onmiddellijk een zoen op iedere wang. Wie wil nu niet zo de dag beginnen? 
Het is Alicia, een jonge Russische vrouw, mooi van buiten, nog mooier van binnen. We treffen elkaar zo nu en dan met onze honden in het bos.  We spreken altijd in het engels met elkaar. Ze verstaat onze taal wel, maar kan zich er minder goed in uitdrukken.
Ze heeft overal ter wereld gewoond. Haar familie leeft ver van haar vandaan, maar woont dichtbij, in haar hart, zoals zij zelf zegt. 
Vorig jaar vertelde ik haar pas hoe ziek ik ben geweest. Ik heb het niet bewust voor haar geheim gehouden. Het was gewoon nooit ter sprake gekomen.
"You're changed!" zegt ze, nog steeds enthousiast.
"I'am so happy", antwoord ik.
Blijkbaar ben ik verder gegroeid, zonder dat ik het zelf door heb gehad. Het is de ander die ons de spiegel voorhoudt.
Het klopt. Ik leef in een andere wereld dan voorheen. Het is de wereld die bij mij hoort. Ik ben, wij zijn immers die wereld. En hoe meer een mens zichzelf vindt, hoe mooier die mens en zijn wereld wordt.

zondag 12 augustus 2012

Want dat taaltje is zo zacht.



"Kunt u mij zeggen waar de dichtstbijzijnde herberg is? " vraagt een man met pet mij.
Hij is een van een groep fietsers die gestopt is bij de brug , die ik net, samen met mijn herder, oversteek.
Ik herken het taaltje. Het doet mij onmiddellijk glimlachen.
"Zo te horen komen jullie van ver", zeg ik.
"Ja, we komen van België", antwoordt de man die mij de weg vroeg.
"In België wonen alleen maar leuke mensen", zeg ik.
Een vrouw uit het peloton maakt een schuddend gebaar met haar hoofd. Het doet vermoeden dat ik het misschien niet helemaal bij het rechte eind heb.
"Ik ben verliefd op jullie taal", vervolg ik dan.
"Volgens mij klinken jullie woorden nog lief, zelfs als jullie boos zijn."
De groep moet lachen.
Dan neemt de man met de pet zijn hoofddeksel af. Hij toont mij zijn kale hoofd. Zijn glimmende schedel weerkaatst de felle zon.
"Ik draag de zon altijd mee onder mijn pet", zegt hij.
Ik lach.
"Maar u heeft nog steeds mijn vraag niet beantwoord", zegt hij.
Ik weet het antwoord ook niet. Ik ben niet zo goed in de weg wijzen. Halverwege de uitleg ben ik zelf meestal verdwaald.
Ik red mij eruit door te zeggen:
"Laat u verrassen! U komt vanzelf wel een leuk terrasje tegen!"
We nemen afscheid, wens hen nog een fijne voortzetting van de tocht.
Ook al schudde de vrouw bedenkelijk haar hoofd, ik blijf standvastig geloven dat de Belgen lief zijn. Mijn vlinderzusje Sonja is immers Belgische!
Als ik de brug over ben, lopen twee knapen mij tegemoet. Ze vormen een komisch duo. De ene komt niet hoger dan de broekzak van de ander. 
"Hoi!", zegt de lange jongen enthousiast tegen mij.
"Hoi", antwoord ik.
"Wie was dat?" hoor ik die van twee turven hoog fluisteren.
"Weet ik niet", antwoordt de lange.
Wederom moet ik lachen.
Dit is weer eens zo'n dag, waarop de zon in ieders hart lijkt te schijnen. 

zaterdag 11 augustus 2012

Mijn vader en ik


"Heb ik eindelijk een goed kosthuis gevonden, moet ik weer weg", zegt hij lachend.
Hij bedankt mij liefdevol. Ik kijk in zijn ogen, zie zoveel zachtheid.
Pappa is twee dagen bij ons geweest, vanwege de afwezigheid van Maan.
Ik zag er tegenop. Ik ben erg gehecht aan mijn vrijheid, vind het moeilijk om te zorgen.
Maar hoe mooi was het! We hebben samen in het bos gewandeld, mijn vader en ik. We spraken over Maan, over mamma en over hemzelf. Elke seconde heb ik opgeslagen, intens beleefd.
Zo hard als mijn vader vroeger was, zo zacht is hij nu. Zijn hart is geopend en geheeld. En zo heelde het mijne.
Ik ben zo dankbaar dat ik dit nog mee mag maken. Zo dankbaar dat het gelopen is, zoals het gelopen is.
De tranen die ik op mijn wangen voel, zijn niet van verdriet, maar van intense ontroering.

vrijdag 10 augustus 2012

God's momenten

Het mooiste is vaak niet zichtbaar, enkel voelbaar. Dat heb ik al vele malen ondervonden. Ik noem dat de wonderen van het bestaan. Wederom is mij zo'n wonder overkomen. Op zo'n moment ervaar ik de Gods beleving intens. 
God is voor mij niet een oude man met baard, die de touwtjes in handen heeft en alles voor ons regelt. Nee, dat geloof ik zeker niet. Om die foutieve gedachte hebben mensen zich van het geloof af gekeerd, omdat ze teleurgesteld raakten. Als er zo'n God bestond, waarom zou hij dan zoveel leed in de wereld toestaan? Waarom greep hij dan niet in als er ondraaglijk leed werd aangedaan? 
Voor mij staat God voor liefde, liefde in de meest zuivere vorm; de onbaatzuchtige liefde.
God kan niet voorkomen dat we verschrikkelijke dingen moeten meemaken, dat we moeten lijden in het leven. Waar God wel voor kan zorgen, is dat we die verschrikkingen beter kunnen doorstaan. Hij draagt ons als we zelf niet meer kunnen. Diezelfde God  huist in ons. Wij dragen allen God met ons mee. Wie zijn hart ervoor opent, voelt dat het een wereld van verschil maakt. Het vraagt moed, maar de beloning is groot.
Als kind hebben we allemaal nog die God's binding. We zijn immers allemaal kinderen van God, geboren uit God's liefde. Het leven bedelft onze zuivere ziel met gruis en gif zodat we verwijderd raken van ons ware wezen, ons ware zelf, onze zuivere kern. Elk mens is een spiritueel wezen en verdient het om eraan herinnerd te worden wie hij of zij werkelijk is. 






maandag 6 augustus 2012

Groots denken

Elk mens kent zijn beperkingen. Ik ben daar geen uitzondering op. Ik leef met scoliose, spondylose, ben vergiftigd met chemo, lam gelegd met bestralingen en moet het voor een deel zonder lymfeklieren doen. Toch heeft dat mij er niet van weerhouden om lenig en in goede conditie te blijven. Ik heb leren compenseren, mijn spieren sterk en soepel gemaakt met yoga en krachttraining, mijn conditie op hoog peil gebracht door hardlopen, roeien en racefietsen. Zodoende kan ik meer dan menigeen zonder deze beperkingen. Het zwakke lichaam sterk gemaakt met de geest. 
In die geest schuilt zoveel kracht, een oerkracht, die wij allen kunnen aanspreken en ons zal verbazen, hoe veerkrachtig deze is. Het is immers dezelfde oerkracht die ons op aarde heeft gedreven.
Geboren worden is een hele opgave, een ware worsteling op woelige baren. Als we dat kunnen volbrengen, dan zijn we tot oneindig veel in staat. Ook in staat om gelukkig te zijn. Er zijn mensen die zelfs zonder armen en/of benen zielsgelukkig kunnen zijn. Er zijn mensen die nog maar 1 dag te leven hebben en hun geluk niet op kunnen. Vraag mij niet hoe het kan, maar het kan. Ik ben daar helemaal niets bij vergeleken. Zover ben ik niet.
Gelukkig ben ik wel zover dat ik zielsgelukkig ben. Daarvoor heb ik een lange weg moeten bewandelen, een weg die mij heeft gebracht naar groot denken. Ik ben een voorstander van grenzenloos denken. Durven dromen, zonder jezelf daarbij beperkingen op te leggen. Ook al heeft elk mens zijn beperkingen, onze geest kent geen grenzen. Durf groots te dromen. Dat is net zo realistisch als minder groots dromen. Wie kan een jaar verder kijken? Dan kun je net zo goed groot denken, zonder valse bescheidenheid. Ik wilde al jaren schrijven. Ik werd schrijfster. Goed, mijn boeken hebben niet de internationale pers gehaald, maar ze zijn geschreven en goed verkocht. Ik wilde styliste worden. Ik werd stylist. Goed, ik kom niet bij BNers over de vloer, maar ik heb al vele leuke opdrachten gehad. 
Mensen die de wereld lelijk vinden, moeten beginnen bij zichzelf. De wereld is een reflectie van wie wij zijn. Als we allemaal onze droom gaan leven, zullen we uiteindelijk in een wereld leven waar we eerst alleen maar van durfden dromen.
   

dinsdag 31 juli 2012

Het is maar hoe je het bekijkt...

"Wat ben je druk", werd er vaak tegen mij gezegd. Ik voelde mij niet geaccepteerd. Ik moest dus blijkbaar anders zijn, was in mijn zijn blijkbaar niet goed genoeg. Inmiddels weet ik beter. Iedereen is uniek, met zijn eigen aard. En wat is "druk"? Niet meer dan een woord, een waarde oordeel. Als ik naar mijn grote vriend Jochem Meijer kijk, vind ik hem niet druk. Wat ik zie is vrolijkheid, een blije ziel die zijn lichte energie ventileert. Als mensen nu nog zeggen dat ik druk ben, dan denk ik maar dat zij zoveel blijheid niet gewoon zijn, dat het daarom vreemd op hen overkomt. Bovendien ken ik ook mijn rustige momenten, als ik slaap bijvoorbeeld.
Alles heeft twee zijden. Het is maar hoe je het bekijkt, dat maakt het verschil. Niets is wat het lijkt. Als je verder durft te kijken dan de horizon, zie je zoveel moois, overkomen je de mooiste dingen.
Als zwartheid mij raakt, probeer ik het licht te bereiken, daar waar het goed voelt. Ik ben de laatste die zal beweren dat het eenvoudig is. En misschien kan een mens in zoveel donkerte vallen dat een uitweg niet meer mogelijk is, dat het te zwaar is om nog het licht te bereiken. Wel weet ik dat de slachtofferrol nimmer succes heeft opgeleverd, ook al ben je slachtoffer. Er is niemand die boven zegt: "Ach wat is jou veel leed overkomen! Kom, ik zal je er uit tillen en je leven licht maken!" Wel kun je om hulp vragen. Dat deed ik uiteindelijk ook in zware tijden. Dan zijn er zoveel mensen die ware Engelen blijken, die God in hun hart dragen en jou alles geven wat je nodig hebt. Dat ontroert, dat maakt je licht en sterk. 
Als je wordt geraakt door het lot, dan kun je maar het beste de parels eruit halen die het oplevert. Die parels, die wonderen zijn er. Ik heb ze al zo vaak ervaren.
Elke dag ben ik dankbaar dat ik leef, dat ik zoveel liefde mag kennen. Zonder de kille dalen, had ik de zomerse velden niet gekend. De velden vol kleurige en fleurige bloemen waar deze vlinder zo van genieten kan. 

    

maandag 30 juli 2012

Nog een geluk...



Hij schudt zijn hoofd. "Er is geen redden meer aan", zegt hij. Alle opties zijn besproken. De minst gunstige blijft over. Het moet dan maar.
Ik dacht dat ik gek werd. Plotseling opkomende pijn in de nacht heeft mij in deze stoel doen belanden, in zonnig geel, dat wel. 
"Hoe kan dat nou zomaar ?", vraag ik hem.
"Tja, soms gebeurt dat gewoon, dan kan het snel gaan", antwoordt hij.
Hij is zichtbaar teleurgesteld dat hij niet meer voor mij kan betekenen. Het enige dat hij nog voor mij kan doen, is mijn helse pijn wegnemen. Dat zal de pijn, om datgene dat verloren gaat, verzachten.
De verlossing gaat niet zonder slag of stoot. Even later krijg ik een gaasje op de gapende wond.
"Twee dagen vloeibaar eten", is het advies.
Nog een geluk bij een ongeluk. Na mijn fantastisch verblijf in Frankrijk mag er wel een kilootje af. Dat zal met een  kwark dieet en wat magere yoghurt wel lukken.



dinsdag 17 juli 2012

Troostende tocht

De vierdaagse is weer begonnen. Het gaat daarbij niet alleen om de sportieve prestatie, maar om meer. Het verbindt mensen. Niemand loopt alleen. In zware momenten zijn het de sterken die de zwakkeren helpen. Velen lopen om een hoger doel, vieren hun overwinning op een dodelijke ziekte of gedenken hen die het niet haalden. Die verbondenheid tijdens deze dagen is groot.
Diezelfde verbondenheid is voor mij dagelijks voelbaar. We bewandelen geen van allen ons pad alleen. Hoe gezegend zijn zij die de verbondenheid voelen. Triest genoeg zijn er ook velen die het niet voelen, zoals Maan, mijn allerliefste broer, wiens ziel getergd wordt door grote eenzaamheid. De zwartheid van zijn isolement doet mijn hart wenen.




Mijn leven kende vele zwarte dagen. Het duurde lang voor ik mij volledig in Gods liefde voelde opgenomen. Mijn weg is lang eenzaam geweest, tot ik ziek werd. Toen opende mijn hart zich, toen ging er een wereld voor mij open, een nieuwe wereld, een dimensie van liefdevolle verbinding. 
We zijn allen reizigers die onze eigen weg moeten gaan, maar nimmer alleen. Daar waar nodig gedragen door de Liefde die ons allen bindt.