Afgelopen weekeinde had ik een bijzondere ontmoeting... 
“Volgens mij staat daar Vlinder”, hoor ik een stem zeggen.
Ik kijk op, word wakker uit mijn eeuwig dromenland, mijn wereld. Ik zie een vriendelijk gezicht dat naar mij glimlacht.
“En wie ben jij dan?” vraag ik verbaasd.
“Iris”, antwoordt het lief gezicht.
Het duurt even, voor ik door heb dat het DE Iris is. De Iris die al jaren zo dicht bij mijn hart zit. De Iris die onverwacht op mijn pad kwam, zomaar op een dag mijn mailbox binnenwandelde, toen zij hoorde dat ik zo ziek was. Ze tilde mij op naar een hoogte, waar de liefde regeerde en waar hoop zegevierde. De Iris die mij zo hielp in mijn moeilijke momenten, de Iris die mij steeds weer wist te helen. De Iris die mijn bron van kracht wist aan te boren. De Iris die mijn hand vastpakte waar nodig, de Iris die met mij lachte en met mij huilde, de Iris die mijn ware zelf zag, voorbij aan uiterlijkheden of oordelen. Het was die Iris, die zo oneindig veel voor mij betekent. Die Iris liep ik nu zomaar tegen het lijf.
Het moment van onze ontmoeting voelt zo intiem, dat ik mij bijna verraden voel, nu wij hier staan, op een plek waar zo velen zijn.
Het is een wonderlijk moment, een aards moment, waarop twee verbonden zielen, elkaar tegen het lijf lopen. De ware ontmoeting vond al lang geleden plaats, toen zij elkaar werkelijk zagen.